CWO 3 niveau

bovenlangs – onderlangs

 

Als je wilt aangeven aan welke kant je een boot, een eiland of een boei wilt passeren ten opzichte van de wind dan kun je dat aangeven met de zeiltermen bovenlangs en onderlangs.

Vaar je langs het object en houd je dit aan de lijzijde dan vaar je bovenlangs (bovenwinds er langs); houd je het object aan de loefzijde dan vaar je er onderlangs (benedenwinds er langs).

In het onderstaande plaatje vaart bootje A onderlangs en bootje B bovenlangs het eiland.

 

onderlangs-bovenlangs

 

<<Terug Verder>>

 

Naar exameneisen kielboot 1 Naar exameneisen kielboot 2 Naar exameneisen kielboot 3