Klein schip wettekst BPR

Artikel 1.01. Betekenis van enkele uitdrukkingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

A. Typen schepen

  • 4°. klein schip: schip waarvan de lengte minder dan 20 m bedraagt, waartoe als de lengte wordt aangemerkt de afstand van de voorkant van het voorste tot de achterkant van het achterste vaste deel van de romp, zonder de boegspriet, de papegaaistok en het trimvlak, zulks met uitzondering van
    • a. een schip dat een groot schip sleept, assisteert, duwt of langszijde vastgemaakt meevoert;
    • b. een passagiersschip;
    • c. een veerpont die vaart op een vaarweg van de klasse II of hoger, zoals vastgesteld door de Conférence Européenne des Ministres de Transport en opgenomen in het besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 10 februari 2006, nr. RWS/SDG/2006/21059 inhoudende de Richtlijnen vaarwegen 2005 (Stcrt. 2006, 32);
    • d. een vissersschip;
    • e. een duwbak;